Wie ben ik om niet te delen?

Wie ben ik om niet te delen?

Dit jaar volg ik de NLP Master Practitioner. Een van de opdrachten was een modelleerproject. Je kiest iemand die iets kan wat jij zelf lastig vindt. Je interviewt die persoon en zoekt uit hoe ze het precies doet: wat ze denkt, wat ze gelooft en wat ze met haar lijf doet. Daarna zet je dat naast je eigen patroon. Waar zit het verschil?

Ik koos een medestudent uit mijn groep. Zij kan iets wat ik altijd bewonderd heb: ze zegt gewoon wat ze weet. Rustig, zonder zich in te dekken en zonder te checken of het wel oké is. Ik noemde het "spreken vanuit waarheid en wijsheid".

Wat ik bij mezelf zag

Toen ik mijn eigen kant ging uitpluizen, werd het ongemakkelijk. Ik weet al heel lang dingen. Ik heb grote vragen over hoe we leven en hoe het anders kan. Maar zodra ik ze uitsprak, maakte ik ze kleiner. Ik gebruikte verkleinwoorden, maakte mijn zinnen vaag, eindigde met een vraagteken en ging zachter praten. Zo verdween ik al voordat iemand anders er iets van kon vinden.

In NLP-taal heet dat een extern referentiekader. Ik keek eerst naar de ruimte en de mensen, naar wat zij leken te verwachten, en bepaalde van daaruit wat ik mocht zeggen. Van buiten naar binnen dus. Terwijl zij het precies andersom doet.

Wat haar anders maakte

Het verrassende was hoe klein de verschillen waren. Het zat in dingen als:

• Een zin afmaken met een punt in plaats van een vraagteken.

• De ander blijven aankijken.

• Iets naar achteren staan, ademen en je schouders laten zakken.

• Vertellen wat je zelf hebt doorleefd in plaats van wat je hebt gelezen.

• Niet wachten tot je het helemaal snapt. Je mag ook een vraag delen.

Iets wat voor mij enorm groot voelde, bleek te draaien om een paar hele concrete dingen die je gewoon kunt oefenen. Maar in de overtuiging zat het werkelijke verschil.

Het gedicht

Bij de presentatie koos ik voor ook een creatief deel. Ook deels gemodelleerd😇 Ik schreef een gedicht over mijn eigen weg hierin. Ik deel het hier voor wie zichzelf erin herkent.

Al lang weet ik dingen.

Dingen over hoe we leven.

Over hoe het anders kan.

Grote vragen die in me brandden

lang voordat ik wist hoe ik ze moest stellen.


Maar als ik ze stelde,

kwam de stem:

wie ben jij?

Je bent klein.

Je snapt er nog niets van.


En ik geloofde het.

Want ergens, diep,

geloofde ik al dat ik niets toevoeg.

Dat ik niet klaar ben.

Dat ik eerst alles moet weten

voor ik iets mag zeggen.


Ik keek naar de ruimte.

Naar de mensen.

Naar wat zij leken te verwachten.

En van daaruit bepaalde ik wie ik was.

Welke rol ik innam.

Wat ik mocht zeggen.

Van buitenaf naar binnen.

De wereld als spiegel.

Niet mijn missie als kompas.


Ik verpakte mijn waarheid zorgvuldig.

In verkleinwoorden, vage zinnen,

een stem die zachter werd

voordat iemand anders iets kon zeggen.

Ik verdween.


Zolang ik nog leer,

zolang ik niet alle vragen kan beantwoorden,

van wie ben ik om het te delen?


Maar wat als de vraag

al het antwoord is?

Wat als je niet hoeft te weten

waar hij naartoe leidt,

om hem hardop te stellen?


Veel vond plaats in mijn binnenwereld.

Te vaag om concreet te maken.

Te groot voor woorden.

En ik dacht: dan telt het niet.


Nu weet ik:

juist dat heeft waarde.

Wat nog geen vorm heeft.

Wat leeft maar nog niet spreekt.

Dat is niet onaf.

Dat is het begin van iets.


Langzaam verschoof er iets.


Juist omdat ik zo lang heb gewacht,

weet ik wat het kost.

Wat het doet met een mens

als ze haar waarheid inhoudt.

Hoe ze zachter gaat praten.

Hoe ze verdwijnt

voordat iemand anders het kan doen.


Dat weet ik.

Van binnenuit.

Niet uit een boek.


En dat, precies dat,

is wat ik anderen kan geven.

Niet ondanks de wond.

Maar dankzij haar.


Ik merkte dat wat ik heb doorleefd

makkelijker deelt dan wat ik heb bestudeerd.

Dat het ook een vraag mag zijn.

Dat mijn waarheid van morgen

groter mag zijn dan die van vandaag.

Ook als de vorm nog niet helemaal helder is.


En dat ik niet hoef te wachten

tot ik klaar ben.

Want klaar bestaat niet.

Er is alleen: nu.

En wat ik nu weet.

En of ik het durf uit te spreken.

Wie ben ik om het te delen?

Wie ben ik om het niet te delen.

Wat de master met me doet

Sinds de zomer merk ik dat er iets veranderd is. Ik zit meer in mijn lijf. Vroeger stond ik vaak een beetje boven of naast een gesprek. Ik observeerde en zag wat er in mensen speelde, maar ik deed zelf niet helemaal mee. Nu sta ik vaker náást mensen. Er middenin.

Mensen om me heen zeggen het ook. Dat ik anders binnenkom. Dat ik makkelijker zeg wat ik zie. Dat is precies wat die opdracht me heeft laten oefenen.

Voor wie dit herkent

Misschien weet jij ook al lang dingen en wacht je tot je "klaar" bent om ze te delen. Probeer dan eens één ding van het lijstje hierboven. Maak je volgende zin af met een punt. Kijk iemand aan terwijl je het zegt. En merk wat er gebeurt.

Terug naar blog